Waarom studenten in verzet moeten treden tegen de elitaire onderwijsmaatregelen van Jambon I

In de Vlaamse regeringsverklaring is het meteen duidelijk welke visie op hoger onderwijs de nieuwe regering heeft. Voor je start, moet je vanaf nu verplicht een toelatingsproef doen. In je eerste jaar moet je je inschrijven voor minstens 50 studiepunten. Als je niet voor de helft van je studiepunten slaagt, val je af. Je kan niet aan je master beginnen als je nog bachelorvakken moet doen. Via deze maatregelen zetten ze enkele grote stappen in de richting van een hoger onderwijs waar enkel een kleine elite deel van uitmaakt.

Vandaag stelde de Vlaamse regering in een persconferentie het nieuw regeerakkoord voor. Het is meteen duidelijk wat de plannen zijn voor het hoger onderwijs in Vlaanderen: slechts een selecte groep is geschikt om verder te studeren. Drie specifieke maatregelen maken die plannen concreet.

Selectie voor de start

De eerste manier om het zogenaamde kaf van het koren te scheiden is via verplichte toelatingsproeven. Volgens Jambon is het doel daarvan de studieduur in te korten. Studenten zouden door die test kunnen achterhalen of ze al dan niet geschikt zijn om aan een opleiding te beginnen. Achter die redenering schuilt een zeer statische visie op de mens, alsof de ene van nature geschikt zou zijn voor een opleiding en de andere niet. Een visie waarin men de ‘capaciteiten’ die de proef zou moeten meten als onveranderlijke persoonskenmerken ziet en niet als potentieel dat door de omgeving moet worden gestimuleerd en ook kan worden ontwikkeld. Waarom zou je al op voorhand moeten kunnen bewijzen wat je weet, je gaat toch juist studeren om bij te leren? En hoe is het mogelijk zoiets te bepalen door middel van een momentopname? Kortom, de proef geeft een onbetrouwbaar resultaat dat niets zegt over hoe de student de jaren nadien zou kunnen presteren.

Naast de statische kijk op de mens is er nog een probleem met verplichte toelatingsproeven. Hoewel de uitslag niet-bindend is – voorlopig dan toch, want het is een gemakkelijke opstap naar bindende oriëntatieproeven –  zijn jongeren van lagere sociaaleconomische afkomst veel sneller afgeschrikt door een slecht resultaat dan jongeren met welgesteldere ouders. Logisch, want gezien studeren duur is, kan die eerste groep jongeren het zich veel minder permitteren iets te beginnen zonder het af te maken. Dat in combinatie met het onbetrouwbaar resultaat van zo’n test, zorgt er gewoon voor dat de al te grote ongelijkheid in ons hoger onderwijs nóg groter wordt, zonder iets te veranderen aan de slaagpercentages.

Moeilijke start? Dan val je af

Een tweede elitaire maatregel van regering Jambon I is dat studenten zich in hun eerste jaar moeten inschrijven voor minstens 50 studiepunten. Bovendien moet je voor minstens de helft slagen, anders mag je niet verder studeren in die studierichting. Voor veel studenten is de overstap van de middelbare school naar het hoger onderwijs nochtans even wennen, zeker voor zij die van een meer technische opleiding naar een theoretische universitaire opleiding overstappen. Een juiste studiemethode zoeken om de grote hoeveelheid leerstof te kunnen trotseren, is voor geen enkele student gemakkelijk, en veel studenten hebben de tijd nodig om zich aan te passen. Jambon vindt dat studenten onmiddellijk hun draai moeten vinden en anders moeten opkrassen.

‘Harde knip’ tussen bachelor en master

Veel studenten beginnen al aan hun masterjaar terwijl ze nog enkele vakken van de bachelor moeten voltooien. Aan de KU Leuven bijvoorbeeld volgde meer dan één derde van de studenten die vorig jaar een bachelordiploma behaalde, al vakken van de master. Dat is vanaf nu niet meer mogelijk. De harde knip betekent dat studenten eerst al hun bachelorvakken moeten slagen vooraleer ze vakken van de master kunnen opnemen. In de praktijk zullen veel studenten dus een vierde jaar bachelor volgen met slechts een paar vakken te voltooien, om het jaar erop pas de vakken van de master te kunnen aanvatten. Of nog erger: studenten die niet het comfort hebben om er een vierde jaar bachelor bij te nemen en dan nog een master, zijn gedwongen hun studies stop te zetten.

Grote bedrijven zijn tevreden

De onderwijshervormingen zijn voor de studenten dus allesbehalve ideaal. Maar niet iedereen toont zich ontevreden over het akkoord. Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, schrijft in een persbericht: “De lat moest hoger om via excellent onderwijs ook sterkere medewerkers en sterkere ondernemingen te krijgen. De gestandaardiseerde proeven, aangescherpte eindtermen en het verhoogde studierendement in het hoger onderwijs leggen die lat effectief hoger. Duaal leren, meer focus op STEM en een verbeterde zij-instroom zullen zorgen voor een betere afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt.” De nieuwe Vlaamse regering heeft gekozen voor bovengenoemde asociale onderwijsmaatregelen omdat ze zich afstemmen op wat Voka vraagt. Ze gaan voor een onderwijs in functie van de grote bedrijven, in plaats van in functie van de mensen.

Begeleiding in plaats van selectie

Jambon zegt dat ze met deze maatregelen het probleem willen oplossen van het hoge aantal studenten dat moeilijkheden ondervindt om te slagen. Dat is een reëel probleem, maar het is hoe dan ook niet door de studenten die falen op voorhand te weigeren of gaandeweg weg te sturen dat je het oplost. De doelstelling moet zijn om iedereen de kans te geven om te slagen. Door te kiezen voor meer selectie, legt de Vlaamse regering de oorzaak van het falen eenzijdig bij het individu in plaats van de structurele oorzaken aan te pakken. Een onderwijs voorbehouden voor de ‘sterksten’ heeft overigens niets te maken met talent of intelligentie, maar alles met sociale afkomst.

We zouden moeten gaan naar een emancipatorisch hoger onderwijs waarin iedereen de kans krijgt om zich te ontwikkelen en uiteindelijk ook te slagen. Daarvoor moet je durven investeren, niet selecteren. Een publieke herfinanciering van het hoger onderwijs tot 2% van het BBP zoals dat in de jaren ’70 het geval was zou niet enkel de ruimte geven voor meer personeel, meer begeleiding en een kwalitatiever onderwijs. Het zou het ook mogelijk maken om het hoger onderwijs volledig gratis te maken. Uiteindelijk is onderwijs geen individuele maar een maatschappelijke investering die de hele maatschappij ook ten goede komt. Het zou dan ook logisch zijn als we er als maatschappij in zouden investeren om iedereen de kans te geven om zich te ontwikkelen en uiteindelijk ook te slagen. 

Klaar voor verzet?

In het kader van de strijd voor een gelijke en democratische maatschappij is het belangrijk dit niet zomaar te laten gebeuren. In 2014 kwamen duizenden studenten op straat tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld. In plaats van de geplande verhoging naar meer dan 1000 euro, plooide de regering toen naar 890 euro, en dat na slechts één grote nationale mobilisatie. In de klimaatstrijd vorig semester heeft de nieuwe generatie studenten veel meer strijdervaring opgedaan en is het zeker mogelijk om meer af te dwingen dan in 2014. We can do this!

Aan de slag met WhatsApp, word Apptivist!