TTIP: waarom de strijd tegen dit giftige verdrag ook een teken van hoop is

In twee jaar tijd is de protestbeweging tegen het vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie (TTIP) ongelooflijk gegroeid en verspreid geraakt over heel Europa. Met ondermeer de landbouwers, vakbonden en milieuorganisaties verzamelt de beweging originele en unieke voorspannen die de Europese leiders in het defensief dringen. Deze beweging heeft niet alleen het potentieel om de verdragen onderuit te halen, ze kan ook eindelijk het democratisch debat over Europa openen dat wij naar voren willen schuiven. -Charlie Le Paige

Iets meer dan twee jaar geleden, op 14 juni 2013, kwamen de leiders van de Europese lidstaten bijeen om de onderhandelingen over het TTIP, het grote vrijhandelsverdrag met tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie, te starten zonder zich in te beelden wat hen te wachten stond. Op dat moment had het Europees Parlement geen bezwaren, enkele weken eerder had het nog met een zeer grote meerderheid een resolutie ter steun van het project goedgekeurd. Op dat moment protesteerden weinig mensen tegen het project dat nochtans toen al alle elementen bevatte die vandaag zeer breed worden verworpen: de concurrentie tussen werknemers, de deregularisering van de publieke diensten en van de sociale, sanitaire en ecologische normen, de anti-democratische mechanismen van de privé-arbitragerechtbanken (ISDS) en de reglementaire samenwerkingsorganen die zeer veel macht toekennen aan multinationals.

Twee jaar later is de situatie heel anders. Twee weken geleden in Berlijn kwamen 250.000 mensen tegen het verdrag op straat in een historische betoging. In oktober werd actie gevoerd in heel Europa, van Finland over Spanje tot Griekenland. Meer dan drie miljoen Europese burgers tekenden het burgerinitiatief "Stop TTIP" dat nu al historisch is. En er zijn al vele honderden gemeenten en streken die zich "TTIP-vrij" hebben verklaard, waaronder steden en regio's als het Île de France, München, Amsterdam en Barcelona om er maar enkele te noemen. In België zijn er al 82 gemeentes die moties in die zin hebben aangenomen onder druk van onderuit. Deze ongeziene mobilisatie die aan de basis is ontstaan bedreigt niet enkel het TTIP maar ook andere vrijhandelsakkoorden die op dit moment worden onderhandeld (het CETA met Canada en het multilateraal akkoord over handel in diensten, TISA). Tot grote ergernis van zij die de verdragen verdedigen.

In feite groeit gelijk met het protest een gevoel van paniek bij de aanhangers van het akkoord. Het Belgische patronaat heeft op 12 oktober een communiqué gepubliceerd om te vragen dat "de stem van de voorstanders van het verdrag ook gehoord zou worden." Daarbij herhaalde het niet alleen haar steun voor het verdrag maar eiste het ook dat de onderhandelingen met rust zouden gelaten worden. Ongerustheid is ook wat weerklinkt in de campagne die de Eurocommissaris voor Handel Cécilia Malström, die de onderhandelingen leidt, heeft gelanceerd via sociale media, lezingen, persberichten, video's en speciale websites. Op 15 oktober bracht ze een opiniestuk in de Belgische media om het verdrag te verdedigen en om het vervolg van de onderhandelingen te garanderen, waarbij ze beloofde om rekening te houden met alle kritieken en suggesties. Het betrof duidelijk een poging om de brand te blussen voor het Europese establishment. Maar de kloof met de Europese bevolking blijft steeds dieper worden...

De kracht van het protest tegen het TTIP is duidelijk haar brede karakter. Zowel in België als in de rest van Europa wordt ze getrokken door een unieke verzameling van landbouwers, organisaties die de democratische rechten verdedigen, feministische of ecologische bewegingen, zelfs zangkoren en collectieven ter steun van de sans-papiers, consumentenverenigingen en uiteraard ook de vakbonden, de mutualiteiten en de consequent linkse partijen. Burgerbewegingen als Hart boven Hard, Tout Autre Chose of ATTAC nemen er ook een grote plaats in. Maar de beweging brengt ook talrijke burgers bijeen, vaak jongeren, die niet bij een bepaalde organisatie of vereniging georganiseerd zijn maar die hun ongerustheid over zowel de democratische-, culturele-, ecologische- als gezondsheidaspecten willen uiten. Ze willen geen chloorkippen op hun bord en ze willen niet nog meer macht toestaan aan grote lobbygroepen en multinationals.

Vandaag is het hoog tijd en ook haalbaar dat we met deze ongelooflijke alliantie in staat zijn om de vrijhandelsakkoorden te stoppen. De tegenstanders van het verdrag spreken vaak van een “Dracula-verdrag”, niet alleen omwille van de nefaste gevolgen maar ook omdat dit verdrag, net als de befaamde vampier, van alle dingen het licht nog het meeste schuwt: hoe meer de bevolking weet wat er in staat, des te meer groeit het verzet. Steeds meer verkozenen die in 2103 nog gretig voor het verdrag hadden gestemd, sturen hun positie bij geconfronteerd met de groeiende mobilisatie. Zoals Elio Di Rupo die indertijd als premier zonder aarzelen zijn mandaat gaf aan de Commissie en die vandaag beetje bij beetje zijn positie herziet. Men moet zich natuurlijk geen illusies maken, de meerderheid van de traditionele partijen willen nog steeds een manier vinden om het TTIP te redden in ruil voor enkele kleine toegevingen, zoals met name de manœuvres van de voorzitter van het Europees Parlement, de socialist Martin Schulz, in juni en juli aantonen. We zien natuurlijk nog veel weerstand, zoals in september in Gent waar sp.a en Groen uiteindelijk hebben geweigerd om een motie te steunen van een burgerinitiatief dat gedragen werd door meer dan 3.000 inwoners omdat het te bindend was. Na de Griekse episode van afgelopen zomer, is de koppigheid van de politieke elite over het TTIP een nieuwe illustratie van het actuele gebrek aan democratie in Europa.

Maar het Europese establishment kan maar beter luisteren naar het volk. Want zolang er niets gebeurt, blijft de verzetsbeweging voorlopig onverbiddelijk doorgaan. De mensen eigenen zich het democratische debat terug toe en dat is een goede zaak. We moeten nu dat debat verder duwen dan het verwerpen van een aantal verdragen en het debat openen over welks oort Europa we willen. Een Europa van solidariteit en samenwerking, veeleer dan een Europa van winst en concurrentie.

Charlie le Paige, voorzitter van Comac (PVDA jongeren)

In samenwerking met: