Steeds driestere intimidatie tegen linkse activisten

De ondervoorzitter van de N-VA-jongeren moest ontslag nemen nadat hij een intimiderende cartoon op het Facebookprofiel van een linkste studente had geplaatst. Dit soort zaken komen steeds vaker voor. Het past in een strategie die N-VA en staatssecretaris Theo Francken hanteren om kritische stemmen het zwijgen op te leggen.
 
Op 2 mei kwam Theo Francken spreken aan de VUB. De lezing kon niet doorgaan omdat activisten de ingang blokkeerden.  Op datzelfde moment organiseerde Comac, de studentenbeweging van de PVDA, op de VUB een alternatieve lezing, met een alternatieve boodschap tegenover die van staatssecretaris Francken. De gebeurtenissen aan de VUB waren echter aanleiding voor leden van Jong N-VA, Vlaams Belang Jongeren, KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond) en NSV (Nationalistische Studentenvereniging) om hun haat- en intimidatiecampagne tegen Comac nog te verharden.
 
De haatcampagne begon na een geslaagde Mars voor Solidariteit en Mensenrechten, een initiatief van Gentse studenten, dat mee door Comac ondersteund werd. Meer dan 400 studenten en Gentenaars kwamen op straat om een boodschap van solidariteit te brengen tegenover het discours dat Francken enkele kilometers verderop bracht. De mars was echter het signaal voor leden van bovenstaande verenigingen om aan een brutale campagne vol beledigingen en bedreigingen te beginnen. Een figuurtje dat veel kwam opduiken de afgelopen maanden is “Pepe”, een groene kikker die het symbool werd van de alt-rightbeweging in de VS. Een extreemrechtse internetbeweging die linkse en progressieve mensen via het internet,  maar tegenwoordig ook fysiek, probeert te intimideren.  Nu gebruiken ook extreemrechtse jongeren in België “Pepe” als symbool.
 
Radicaliserende N-VA’er
 
De cartoon die Jong N-VA-ondervoorzitter Dylan Vandersnickt op het Facebookprofiel van VUBstudente Naomi Stocker (Comac) plaatste, was echter een brug te ver. In de cartoon wordt Stocker verkracht door een Syrische vluchteling en wordt Yassine Boubout, een antiracistische activist aan de VUB, geëxecuteerd.  Een kleine week eerder hadden Stocker en Boubout al bedreigingen aangetroffen op de deur van hun kot. Op de sociale media bleef Vandersnickt  aanvankelijk zijn acties verdedigen. Ondertussen diende Stocker wel klacht in bij de politie en bij de deradicaliseringsambtenaar van Dendermonde, de woonplaats van Vandersnickt. “Want dat is waar het over gaat. De ondervoorzitter van Jong N-VA maakt zich schuldig aan seksuele intimidatie en banaliseert geweld op politieke tegenstanders. Hij radicaliseert zienderogen”, zo stelt Naomi Stocker.
 
Het was pas nadat Jong N-VA zich van de cartoon distantieerde dat ook Vandersnickt te zwaar onder druk kwam te staan en zijn excuses aanbood. Een dag later moest Vandersnickt ontslag nemen als ondervoorzitter. 
Over echte excuses ging het echter niet. Jong N-VA sprak slechts over een “inschattingsfout van de ondervoorzitter” en het was slechts omdat de druk te groot werd dat Vandersnickt uiteindelijk toch ontslag moest nemen. Vandersnickt bleef
ook achteraf in een tv-interview herhalen dat hij de cartoon “grappig” vond.
 
Strategie
 
De manier waarop Vandersnickt probeerde om activisten te intimideren mag dan bijzonder brutaal zijn, het past in de strategie van N-VA om het kritische middenveld het zwijgen op te leggen. Tijdens zijn tournee langs de Vlaamse universiteiten staat Francken weinig tot geen tegenspraak toe. Hij gaat zelden in debat en geeft quasi enkel lezingen. Activisten en journalisten wordt zelfs de toegang tot de zaal ontzegd. Toen Francken op 9 mei in Gent werd uitgenodigd
door het KVHV en activisten de lezing onderbraken om getuigenissen voor te lezen van vluchtelingen in gesloten asielcentra, antwoordde Francken: “Extreemlinks mag blijkbaar alles.” Nochtans is het beleid van Francken er mee verantwoordelijk voor dat er op de Middellandse Zee elke dag negen dodelijke slachtoffers vallen. Hij is mee verantwoordelijk voor de oorlogspolitiek die de vluchtelingencrisis veroorzaakt en voor de onmenselijke situatie in de gesloten asielcentra. Op zijn tournee heeft Francken het liefst zo weinig mogelijk tegenspraak. Als een jonge activiste als Naomi Stocker daar probeert tegenin te gaan, krijgt ze de volle lading van de leden van de jongerenafdeling van Franckens partij. Als activisten een alternatieve stem in het eenzijdig debat proberen te brengen door getuigenissen voor te lezen, wordt hen verweten dat ze de “vrije meningsuiting” niet respecteren. De vraag is echter wiens vrije meningsuiting in gevaar is:
die van een staatssecretaris die zowat dagelijks in de media zijn beleid mag verdedigen of die van de mensenrechtenactivisten en de vluchtelingen zelf? 
 
Maar de burger laat zich het zwijgen niet opleggen
 
Er zijn vele voorbeelden van deze systematische pogingen van N-VA om kritische stemmen het zwijgen op te leggen. Gelijkekansencentrum Unia wordt onder vuur genomen, er wordt druk gezet op de media, de diversiteitsambtenaar van
de Vlaamse overheid moest ontslag nemen, de vakbonden worden aangevallen, de subsidiesvoor politieke jongerenverenigingen worden geschrapt … Voor N-VA is elke kritische stem tegenover hun beleid problematisch. In de wereld van N-VA
mag de bevolking om de vijf jaar stemmen en moet diezelfde bevolking dan vooral haar mond houden tot de volgende verkiezingen. Dit beperkt en verzwakt de democratie. In een vitale democratie is de kritische stem tegenover het beleid van de regering cruciaal. Gelukkig krijgt N-VA het kritische middenveld niet zomaar klein. Burgers blijven zaken in vraag stellen, blijven op straat komen, blijven zich engageren voor een betere wereld. Dat werd begin mei nogmaals bewezen op de Grote Parade van Hart Boven Hard, waar opnieuw duizenden geëngageerde burgers een duidelijk signaal gaven. Zo gemakkelijk krijgen ze het engagement van de gewone burger niet stuk.
 
“Als we dit aanvaarden,
wat is dan volgende stap?”
Naomi Stocker: “Eerst voelde ik me beschaamd.
Het was choquerend om een dergelijke foto van
mezelf te zien. Al snel maakte die schaamte
echter plaats voor woede. Ik ben kwaad dat
zo’n haat en intimidatie tegenover activisten
vandaag gebruikelijk aan het worden is. Ik wil
opkomen voor iedereen die het slachtoffer is
van dit soort praktijken. Ik wil ook opkomen
voor de vluchtelingen en slachtoffers van verkrachting
en moord. De cartoon verspreidt haat
en banaliseert die daden. Als we dit zouden
aanvaarden, wat is dan de volgende stap?”
 

In samenwerking met: