Gentse rectorverkiezing: wat er schuilgaat achter de postjespakkerij

Er leek maar geen einde te komen aan de rectorverkiezing aan de Gentse Universiteit. Zelfs na vijf stemrondes kon geen van beide kandidatenduo’s de nodige tweederde meerderheid halen. Net voor de start van een nieuwe procedure kondigen Rik Van De Walle en Guido Van Huylenbroeck echter aan dat ze zich achter een gemeenschappelijk programma zullen scharen met inbegrip van een hervorming van de bestuursstructuur van de UGent. Die hervorming zou echter wel eens een paard van Troje kunnen zijn om de UGent in te schuiven in een systeem van corporate governance en rendementsdenken.

Na een lange verkiezingscampagne, twee debatten en maar liefst vijf stemrondes werd een compromis bereikt aan de UGent. De twee kandidaten Rik Van De Walle en Guido Van Huylenbroeck kondigden via Facebook en de pers aan dat ze bij de nieuwe stemcyclus met een gemeenschappelijk programma naar de kiezer zouden stappen. Hoera! Witte rook! Maar met de witte rook toverden de kandidaat-rectoren meteen ook een wit konijn uit hun hoed, met het nodige verrassingseffect. De kandidaten beslisten om niet langer met één rector en één vice-rector te werken maar met vijf vice-rectoren. Op die manier kan Rik Van de Walle rector worden, maar kunnen ook Guido Van Huylenbroeck en zijn running mate Sarah De Saeger vice-rector worden, net als twee insiders van de Gentse bestuursstructuren: Herwig Reynaert en Isabel Van Driessche. Alhoewel het noodzakelijk is om de impasse van de afgelopen maanden te verlaten is dit compromis onaanvaardbaar. De nieuwe functies die worden uitgevonden zullen minstens 3 à 4 miljoen euro kosten en daar zijn de kosten voor eventuele beleidsmedewerkers nog niet in meegerekend. ACOD UGent is duidelijk over deze plannen: “miljoenen voor nieuwe bestuurders terwijl er bespaard wordt op personeel: onaanvaardbaar!”. De vakbond verzette zich dan ook samen met de studentenvertegenwoordigers tegen het voorstel in de Raad van Bestuur. Bijgevolg geraakte het voorstel niet door de Raad van Bestuur voor de nieuwe stemcyclus van de rectorverkiezingen van start gaat. Naast de postjespakkerij is er echter ook een diepgaander probleem dat aangekaart moet worden.

Het compromis is vooral verontrustend omdat er wordt aangestuurd op een bestuurshervorming aan de UGent. De afgelopen jaren werd dit al vele malen geprobeerd. Om de UGent te moderniseren zou een bestuurshervorming nodig zijn, waarna de UGent meer als een bedrijf kan bestuurd worden. In plaats van een centrale rol te geven aan vertegenwoordigers van de studenten en de verschillende personeelsgeledingen wordt een centrale rol gegeven bestuurders of managers. In zijn aankondiging van het compromis is Guido Van Huylenbroeck duidelijk dat dit de richting is die hij de UGent ziet uitgaan: “(dat) tegen de verkiezing van de RvB-leden in 2018 ook de andere bestuursorganen zijn hertekend zodat een moderne transparante bedrijfsvoering en managementstructuur kan worden geïmplementeerd”. De hang naar corporate governance, dat wil zeggen het beheer van een door de overheid gesubsidieerde instelling alsof het een bedrijf zou zijn (met bijhorende 'toplonen' om 'topmanagers' aan te trekken), is een trend in heel de Europese Unie opmars maakt sinds de Bologna hervormingen. En daar waar de corporate governance het verst gevorderd is, zoals in Nederland, duikt onvermijdelijk ook het vermaledijde rendementsdenken op als bestuurslogica.

Een voorstel dat niet lang geleden werd behandeld in de werkgroep Governance trachtte de Raad van Bestuur te hervormen tot een orgaan met slechts 15 leden, in tegenstelling tot de huidige 42. In de nieuwe Raad van Bestuur zou slechts plaats zijn voor 1 studentenvertegenwoordiger en de verkozen geledingen zouden niet langer over een meerderheid beschikken in de RvB, wat nu wel het geval is. Andere studenten- en personeelsvertegenwoordigers zouden voortaan in een nieuw orgaan plaatsnemen: de universiteitsraad. Aan de VUB werd in 2015 een zeer gelijkaardige hervorming doorgevoerd. Het resultaat van dergelijke hervormingen is dat de participatie aan de universiteit sterk wordt aan banden gelegd. Zo had de sociale raad aan de VUB tot 2015 vetorecht over de begroting, de nieuwe universiteitsraad beschikt niet meer over deze macht. De studenten en het personeel werden de facto weggezet in een nieuw orgaan met veel minder macht.

Het aangehaalde voorstel tot hervorming voor de UGent geraakte gelukkig niet door de werkgroep Governance, net als andere voorstellen in dezelfde richting. Aan de ULB werd een voorstel tot hervorming wel doorgevoerd in 2013, ondanks het verzet van de studentenvertegenwoordigers. Ook in Brussel werd het aantal vertegenwoordigers van studenten en personeel drastisch verminderd op het hoogste bestuursniveau. Van een logica van vertegenwoordiging gaan we over naar een logica van competentie, zogezegd zou er expertise gebracht worden.. De hervorming die aan de ULB werd doorgevoerd was er één op maat van de universitaire rankings en het rendementsdenken en daarvoor moesten de studenten en het personeel aan inspraak inboeten.

In Gent zijn noch studentenvertegenwoordigers, noch vakbonden geconsulteerd over de hervormingsplannen. Dat is veelzeggend, zeker aangezien een werkgroep Governance werkt rond dit thema sinds de inkapseling van het UZ in de UGent. Deze werkgroep wordt nu volledig opzij geschoven. Daarnaast is het niet duidelijk of de nieuwe vice-rectoren over stemrecht zullen beschikken in de RvB. Dat lijkt logisch, maar dit zou de positie van studenten en personeel in de RvB verzwakken tegenover het nieuwe “rectorale team”. Het is niet ondenkbaar dat men het “rectorale team” op termijn wil uitbouwen tot het nieuwe bestuursorgaan. De vertegenwoordiging die nu in de RvB te vinden is, zou dan net als aan de VUB in een universiteitsraad plaatsvinden. Dit zou echter de participatie sterk verminderen en vooral verzwakken. Als de participatie plaatsvindt in een bevoegdheidsloos orgaan zoals de universiteitsraad aan de VUB dan is dat een maat voor niets. Een andere bedenking die we kunnen maken is dat alle zes vice(rectoren) afkomstig zijn uit het ZAP (zelfstandig academisch personeel). Komen personen uit andere geledingen dan niet in aanmerking om (vice)rector te worden?
De vraag is waar Rik Van De Walle naartoe wil. Gaat hij mee in de bedrijfslogica van Guido Van Huylenbroeck of wil hij voor participatie aan de universiteit gaan? Dat een toekomstig vice-rector duidelijk standpunt inneemt voor corporate governance aan de UGent is op z’n minst verontrustend. Voor de nieuwe stemrondes van start gaan zou er duidelijkheid geschept mogen worden over de plannen van het toekomstige rectorale team.

Volgend academiejaar is het 50 jaar geleden dat grote studentenopstanden ervoor zorgden dat studenteninspraak werd afdwongen. Alle gebreken van het huidige participatiemodel ten spijt, was dat een belangrijke overwinning in de strijd voor een democratische, kritische en samenlevingsgerichte universiteit. Er zou een goed debat moeten gevoerd worden over de beleidsstructuur van onze universiteit. Willen wij een universiteit die beheerd wordt als een bedrijf, met managers? Of willen wij een democratische universiteit waar participatie van studenten en personeel centraal staat? Met de huidige communicatietechnologie lijkt de tijd eerder gekomen om de inspraak van studenten ambitieus te verbeteren, zodat de participatie niet beperkt hoeft te zijn tot een handvol studenten die zich vaak verliezen in talloze dossiers en commissies. Een universiteit waar samen met studenten en personeel wordt nagedacht over de toekomst van onze instelling en over haar plaats in de samenleving, waar het talent van de studenten en het personeel wordt aangewend om verder te bouwen aan een progressieve, democratische en toegankelijke hoger onderwijs. Laten we de erfenis van Mei ‘68 geen oneer aandoen.

In samenwerking met: