Een dag in “de Jungle”

Bron:

26 februari ging ik met een delegatie van Comac naar Frankrijk. We gingen de zogenaamde “jungle” in Calais bezoeken. Een enorme sloppenwijk van vluchtelingen. Comac organiseert geregeld activiteiten van solidariteit met vluchtelingen. Deze keer was het doel om de realiteit in de Jungle met onze eigen ogen te zien, om te zien wat er wordt gedaan om de inwoners te helpen en wat het beleid van Frankrijk is.

In de auto op weg naar het vluchtelingenkamp, zien we de reusachtige hekken langs de weg. Ze voelen bedreigend aan, alsof we binnenrijden in een gevangenis. We kruisen ook een politievoertuig. Wat doen zij ? Intimideren.. Aan elke ingang van het kamp staan agenten die iedereen die passeert controleren. En dat doen ze zeker niet om veiligheidsredenen. Intimidatie, opnieuw intimidatie.

Eens geparkeerd gaan we de omgeving verkennen. Terwijl ik rond me kijk, dwalen mijn gedachten af naar de moeilijkheden die deze mensen hebben overwonnen om hier te geraken. Ieder persoon heeft een eigen verhaal, het één al huiveringwekkender dan het ander. Ze hebben hun huis achtergelaten en dagen en dagen gewandeld, maanden buiten geslapen, ze hebben de oceaan overgestoken in minuscule en gammele bootjes, ze hebben broers, zussen, vaders, moeders, vrienden en kinderen verloren.. En nu worden ze aan hun lot overgelaten, met nachtmerries over het verleden, heden en toekomst.

Iedereen woont hier in een minuscuul en koud “huis”. De personen die nieuw aankomen slapen in tenten. Hoe langer je blijft, hoe meer de tent wordt omgevormd tot een huis. Laten we duidelijk zijn over wat “huis” wil zeggen in deze Jungle: de huizen zijn gemaakt van planken, tentzeilen, metalen platen, alles wat de inwoners in handen kunnen krijgen wordt gebruikt. Het geeft een indruk van chaos, maar een ordelijke chaos. De huizen zijn niet opeengehoopt. De Jungle lijkt op een echte stad met kleine winkeltjes, een restaurant, een klein schooltje en zelfs plekken waar cultuur wordt beoefend.

We zitten in een café en drinken thee met de eigenaar die zijn verhaal vertelt. Hij werkte in Engeland, maar bezitte geen identiteitsbewijs. Hij werd aangehouden en naar Frankrijk gestuurd. Hij woont nu al een jaar in de Jungle en volgens hem is dit ook de plek waar hij de rest van zijn leven zal wonen. Hij vindt zichzelf te oud en gelooft niet de oversteek naar Engeland nog te kunnen maken. Iedereen deelt hier dezelfde droom: naar Engeland gaan en daar een beter leven opbouwen. Elke dag proberen vluchtelingen deze droom in werkelijkheid te brengen. Sommigen hebben geluk, maar voor velen mislukken de pogingen, waardoor ze langer in de Jungle moeten blijven, soms zelfs jaren.

Na onze tas thee, vertrekken we weer. Aan de uitgang van het kamp staan opnieuw politieagenten, allemaal tot de tanden toe bewapend. Ze zijn daar neergezet om niets te doen. We voelen ons geïntimideerd wanneer een tiental gewapende agenten zich rond ons opstelt. Ze zijn het zoveelste bewijs van de angst die de regering ons wil inboezemen voor chtelingen. Mijn bloed kookt.

Op de terugweg denk ik na over alles wat ik heb gezien. Ik denk aan de kinderen in de klas van de school in de Jungle, aan de jongeren die voetbal spelen. Hoe kunnen mensen die al zoveel miserie hebben meegemaakt, die getraumatiseerd zijn van een zo lange reis, hun leven verderzetten met een glimlach op hun gezicht? En dat ondanks de verschrikkelijke leefomstandigheden in de Jungle en bedreigingen uit het land te worden gezet. Ik denk aan de politiek die dit mogelijk maakt. Deze situatie is onhoudbaar. Ze zou niet mogelijk mogen zijn. We moeten iets doen !

In samenwerking met: