De partijen en de klimaatcrisis: wat doen ze ermee?

Op 30 november begint de klimaattop in Parijs. Welke antwoorden hebben de politieke partijen op de klimaatcrisis? Zou het duo N-VA-MR even gevoelig zijn voor het klimaatvraagstuk als voor de belangen van de multinationals? En wat zeggen de socialisten en de groenen? En de PVDA?

De dringendheid en de ambitie

De beleidsmakers slagen er zelfs niet in tot een akkoord te komen over de verdeling van de lasten tussen het federaal niveau en de gewesten om de Europese doelstellingen te halen. Doelstellingen die op zich al onvoldoende zijn.1 De N-VA torpedeerde het bereikte akkoord en schijnt er zich geen zorgen over te maken dat ons land enkele dagen voor de top in Parijs nog geen letter op papier heeft staan. Ook haar coalitiepartners CD&V en Open Vld zeiden er tijdens het parlementaire debat haast niks over.

Er is een stuitend gebrek aan besef van hoe dringend de zaak is

Aan Waalse zijde verlaagde de PS-cdH-meerderheid om budgettaire redenen haar doelstellingen in verband met de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Er is een stuitend gebrek aan besef van hoe dringend de zaak is. De verschillende rapporten van de internationale groep van klimaatexperts van het IPCC zijn nochtans klaar en duidelijk en wetenschappelijk onderbouwd. Net daarom diende de PVDA een resolutie in bij de Kamer met volgende passage: “Als het zo doorgaat, zal de atmosfeer tegen het einde van deze eeuw met 3,7 à 4,8 graden Celsius opwarmen wat de levensomstandigheden drastisch zou wijzigen en delen van de aarde onleefbaar zou maken. Tientallen miljoenen mensen zouden op de vlucht slaan voor die klimaatveranderingen. Op termijn is de mens zelf zijn eigen leven aan het vernietigen.”

De dringendheid staat in fel contrast met de resolutie over de klimaattop in Parijs, die de liberale MR in het parlement indiende en die de steun kreeg van de voltallige federale meerderheid. De inleidende zin bijvoorbeeld: “Tegen de COP21 wordt elk land verzocht zijn engagementen inzake vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door te geven. Het valt te verwachten dat, eens die engagementen allemaal samengeteld, de drempel van 2°C al overschreden zal zijn. Dat is op zich geen ramp, aangezien de “Agenda of Solutions” en een in Parijs nog uit te werken mechanisme ervoor moeten zorgen dat die drempel alsnog niet overschreden wordt.”

Er is helemaal geen haast bij, dat is wat de regeringspartijen zeggen. Dat ziet men trouwens ook aan de doelstellingen in de tekst van de meerderheid inzake uitstoot van broeikasgassen: men stelt geen enkel concreet cijfer voor dat enigszins ambitieus of dwingend zou zijn. En dat moet ons niet verwonderen als men weet dat in de 230 bladzijden tellende regeringsverklaring er amper één bladzijde aan de klimaatpolitiek was gewijd.

Om een antwoord te bieden op deze dringende klimaatnood vraagt de PVDA dat ons land op de klimaattop in Parijs de ambitieuze en bindende doelstellingen die het IPPC naar voren schuift, verdedigt. De PVDA vraagt ook dat België vanaf nu maatregelen neemt om een voortrekkersrol te spelen.

Verder vraagt de PVDA dat de uitstoot van broeikasgassen vermindert met 25 à 40% tegen 2020 en met minimum 50 à 85% tegen 2050, en dat speciaal voor de geïndustrialiseerde landen, waaronder België, de uitstoot met 40% vermindert tegen 2020 en met 85% tegen 2050. De PVDA vraagt tevens dat er een gepland en bindend beleid gevoerd wordt om tegen 2050 over te gaan op 100% hernieuwbare energie.

Die visie staat lijnrecht tegenover de blindheid van de partijen van de meerderheid. De Belgische sociaaldemocratische en groene partijen zeggen ook dat de zaak dringend moet aangepakt worden en verdedigen soortgelijke eisen als de PVDA. Toch zijn er ook verschillen.

Gaat de markt het oplossen?

Het marktmechanisme en het systeem van quota van uitstootrechten werd nu bijna twintig jaar geleden in Kyoto vastgelegd. In die logica kunnen staten uitstootrechten in het buitenland aankopen in plaats van zelf de eigen uitstoot te verminderen. Bovendien werkt dat de speculatie van de multinationals in de hand. Zo maakten we mee dat door de crisis en de sluiting van bedrijven de vraag naar uitstootrechten verminderde en de prijs ervan instortte. Het gevolg was dat bedrijven en Staten reserves van uitstootrechten konden aanleggen en zo zelf niks hoefden te doen om hun reële uitstoot te beperken. De quota hebben er toe geleid dat grote bedrijven zich konden verrijken op de rug van het klimaat en de gemeenschap.

De quota hebben er toe geleid dat grote bedrijven zich konden verrijken op de rug van het klimaat en de gemeenschap

Toch stelt geen enkele traditionele partij de marktmechanismen ter discussie. In de resoluties en amendementen die in de Belgische parlementen werden ingediend leest men daar geen woord over. Integendeel, de federale meerderheid van N-VA, Open Vld, CD&V en MR pleit ervoor nieuwe “groene obligaties” uit te geven. Dat komt erop neer dat het klimaat meer en meer een sector wordt waar men kan in investeren (en winst uit kloppen). Net als de andere. De cdH, die niet in de regering zit, verdedigt eveneens “de instelling van een internationale koolstofmarkt” om, aldus de partij “de ambities inzake de strijd tegen de klimaatopwarming aan te wakkeren”.

In het parlement is de consensus hierover zo groot dat zelfs Laurette Onkelinx (PS) haar verbazing en onbegrip uitdrukte toen PVDA-volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw in het parlement pleitte voor het afschaffen van de handel in CO2-quota. Nochtans weet de PS, die al jarenlang het Waalse Gewest mee bestuurt, heel goed dat staalreus ArcelorMittal breed kon profiteren van dit absurde systeem door de quota die het toegewezen had gekregen van het Waalse Gewest, voor honderden miljoenen te verkopen.

De PVDA vraagt dan ook te stoppen met allerlei systemen als uitstootquota, aankoop van schone lucht, groene certificaten of groene obligaties. Ze hebben bewezen niet efficiënt te zijn en ze blokkeren de piste naar een reële vermindering van de uitstoot. Er moeten concrete doelstellingen worden vastgelegd voor een ambitieuze uitstootbeperking en dat voor alle sectoren. En er moet controle zijn op de toepassing ervan, met sancties voor vervuilers die er zich niet aan houden.

Energie, een fundamenteel openbaar goed

Energie is een fundamentele factor in de strijd tegen de klimaatopwarming. De energie-efficiëntie moet omhoog, maar er moet ook werk gemaakt worden van de overgang naar hernieuwbare energie.

De ‘onzichtbare hand van de markt’ vervuilt, omdat dat nu eenmaal meer winst oplevert

In België is 85% van de elektriciteitsvoorziening in handen van vier grote Europese energiereuzen: Engie (Electrabel), EDF (Luminus), ENI en RWE (Essent). Het zijn die reuzen – en hun aandeelhouders – die in ons land beslissen hoe energie wordt opgewekt. En hun beslissing is gebaseerd op winst, niet op de sociale noden en niet op de klimaatuitdagingen waar we voor staan. Dat blijkt goed uit hun keuze voor kernenergie. De ‘onzichtbare hand van de markt’ vervuilt, omdat dat nu eenmaal meer winst oplevert. Meerdere studies hebben al aangetoond dat een overschakeling naar 100% hernieuwbare energie tegen 2050 mogelijk is. Maar daarvoor is wel politieke wil nodig.

En ook hierover lopen de meningen van de partijen sterk uiteen. De federale meerderheid slaagt erin om de ontwikkeling van de hernieuwbare energie zowat volledig links te laten liggen. Het enige wat we horen is een kleine verwijzing naar de totaal onvoldoende doelstelling van 13% hernieuwbare energie tegen 2020. MR-Kamerlid Damien Thiéry zei expliciet dat hij niet geloofde dat het realistisch is om tegen 2050 naar 100% hernieuwbare energie te gaan. De sociaaldemocratische partijen, de groenen en de PVDA willen wel dat men tegen 2050 naar 100% hernieuwbare energie gaat. Maar waar de meningen fundamenteel uiteenlopen, is de manier waarop dit bereikt kan worden.

De sociaaldemocraten en groenen durven het kader en de keuzes van de afgelopen dertig jaar niet ter discussie stellen. Ze willen niet terugkomen op de liberaliseringen die toch duidelijk heel wat schade hebben veroorzaakt.

De PVDA daarentegen verdedigt een geplande, publieke aanpak van het energievraagstuk in plaats van het over te laten aan de vrije markt. De groene revolutie is enkel mogelijk als we de energiemultinationals buiten spel zetten. De PVDA wil dan ook dat de energiesector weer in handen komt van de gemeenschap. Alleen zo is een ecologische, sociale en democratische planning mogelijk.

Daarnaast blijft de PVDA pleiten voor een nationaal plan voor de isolatie van het gebouwenpatrimonium.

Openbaar vervoer, een deel van de oplossing

Transport is ook een van de grote uitdagingen in de klimaatkwestie. De transportsector is een van de sectoren waar de uitstoot het meest is toegenomen sinds 1990. Investeren in het openbaar vervoer is dan ook een van de sleutels om het aantal vracht- en personenwagens op de weg te verminderen. Dat zou de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk verminderen: het aantal passagiers zou toenemen en meer goederen zouden per spoor vervoerd kunnen worden.

Het woord “transport” komt zelfs niet voor in de klimaatresolutie die de meerderheid indiende

Toch vinden de regeringspartijen het niet nodig er ook maar één woord aan te wijden in hun klimaatresolutie. Zij hebben integendeel het grootste besparingsplan uit de geschiedenis van de NMBS doorgevoerd: de dotatie voor de NMBS werd met meer dan 2 miljard euro verminderd. Het woord “transport” komt zelfs niet voor in de klimaatresolutie die de meerderheid indiende. Al jaren volgt men een politiek van liberalisering, van verhoging van de tarieven, van besparingen op de investeringen, en dat zowel op federaal vlak (NMBS) als op gewestelijk vlak (De Lijn, MIVB, TEC). En wat ook de samenstelling van de regeringen was. Ook wanneer de sociaaldemocratische en groene partijen deel uitmaakten van de regering, ook al onderstrepen ze het belang van de transportsector.

De groene partijen vinden alvast niet dat transport openbaar moet zijn. In de bevoegde parlementscommissie reageerde Ecolo-kopstuk Jean-Marc Nollet op een amendement van de PVDA: “Het gemeenschappelijk vervoer moet niet noodzakelijk openbaar zijn”.2 Een standpunt dat niet echt moet verbazen als je weet dat Groen onlangs nog pleitte voor de liberalisering van het openbaar vervoer in Vlaanderen.

De PVDA wil een transportsector die niet alleen 100% openbaar is, maar ook toegankelijk en correct gefinancierd, en dat zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer over lange afstand. Maar dat is onmogelijk zolang men de politiek van liberalisering en van besparingen blijft volgen.

Wie moet de strijd tegen de klimaatverandering betalen?

Ecotaksen en ‘groene fiscaliteit’ vertrekken van het principe dat de burgers individueel hun gedrag moeten veranderen en meer moeten betalen als ze producten kopen die meer vervuilend zijn. Maar als er geen degelijk openbaar vervoer is, moeten mensen wel hun auto blijven gebruiken om, bijvoorbeeld, op hun werk te geraken. En zolang er geen algemeen overheidsplan is voor de isolatie van woningen, zal de huurder veel moeten blijven stoken om zijn appartement warm te krijgen. Ecotaksen zijn bovendien asociaal, omdat iedereen, ongeacht zijn inkomen, even veel betaalt. Zij doen de sociale ongelijkheid nog toenemen en verminderen het draagvlak voor de strijd tegen de opwarming van de aarde.

De zorg voor het milieu en het sociale moeten hand in hand gaan

Geen enkele partij heeft het in het huidige debat echt over ecotaksen, maar ze zijn wel degelijk sterk aanwezig in het klimaatbeleid van de verschillende regeringen. Denk maar aan recente regeringsmaatregelen als de verhoging van de accijnzen op diesel, de verhoging van de btw op energie of de kilometerheffing waar de gewesten mee bezig zijn.

Voor de PVDA zijn ecotaksen niet de oplossing. Vooreerst omdat ze niet efficiënt zijn en in de meeste gevallen ook asociaal. Maar ook omdat de inzet vandaag is dat er onder de bevolking een brede steun moet komen voor een goed klimaatbeleid.

De zorg voor het milieu en het sociale moeten hand in hand gaan. Het kan dus niet dat de gezinnen en de werkende bevolking opdraaien voor allerlei milieumaatregelen, terwijl zij zelf niet verantwoordelijk zijn voor de klimaatontaarding.

De rol van de multinationals

De multinationals waren nog nooit zo aanwezig aan de onderhandelingstafels als vandaag. Maar dat schijnt weinigen te storen. Integendeel, velen verheugen zich over de "groene ommekeer" van vele multinationals. De regering-MR-NVA noemt het in haar resolutie positief dat de bedrijven een plaats zullen krijgen op de conferentie van Parijs. Energiereuzen als Engie en EDF, of automerken als Renault-Nissan zijn bij de grootste sponsors van de klimaattop in Parijs. Ze krijgen er ook het recht tussen te komen tijdens de onderhandelingen. Het is zo'n beetje alsof een rabiate vleeseter plots vegetariër is geworden.

We moeten niet naïef zijn. Multinationals zitten aan de onderhandelingstafel om hun belangen te verdedigen

Die multinationals investeren enorm in vervuilende energie als kolen, petroleum of schaliegas. Engie en EDF zijn met hun kolencentrales samen goed voor de helft van de jaarlijkse uitstoot in Frankrijk. Men kan zich ook voorstellen hoe erg bedrijven als Renault-Nissan en Air France zich willen inzetten voor alternatieven voor het openbaar vervoer. We moeten niet naïef zijn. Hun deelname aan de onderhandelingstafel heeft tot doel hun belangen te verdedigen. Ze willen bindende maatregelen vermijden, want dat zou hun investeringen schade toebrengen. Die multinationals zijn deel van het probleem, niet van de oplossing.

In 2013 in Warshau verlieten meer dan 140 sociale en milieuorganisaties zelfs de top omdat ze vonden dat de politieke leiders de privébelangen boven het algemeen belang stelden. Welnu, de multinationals leggen voor de financiering van de klimaattop van Parijs vijf keer meer geld op tafel dan ten tijde van de top van Warschau. Het gaat hier duidelijk niet enkel over een groenwasoperatie, maar ook om een grootschalige lobbyoperatie. Dat bevestigt nog maar eens dat de regering-Michel wel degelijk de regering is van de lobby's en de grote multinationals.  

Maar het probleem is ook dat weinig andere partijen van de oppositie tegen deze gang van zaken protesteren. Integendeel, velen (waaronder PS-sp.a en Ecolo-Groen) dienden een amendement in om in de resolutie van de meerderheid een referentie op te nemen aan een oproep voor het klimaat, ondertekend door onder andere door multinationals als Unilever, Sodexo, Solvay of Janssen Pharmaceutica. De PVDA is hierover zeer duidelijk en vraagt expliciet uitsluiting van de multinationals van deelname aan de klimaattoppen. Deze klimaattoppen moeten beslissingen kunnen nemen in het belang van de mensen en van de planeet, en niet onder druk en in het belang van de lobby's van de multinationals.

Klimaatrechtvaardigheid en sociale rechtvaardigheid

Een fundamentele inzet van het klimaatdebat is ook de kwestie van de sociale rechtvaardigheid. Zowel op internationaal vlak tussen de landen van het Noorden en de landen van het Zuiden, als in de geïndustrialiseerde landen tussen de werknemers en de grote bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de vervuiling. Er is om te beginnen een verschillende historische verantwoordelijkheid betreffende de opwarming van de aarde zowel tussen de landen, als binnen elk land.  Maar momenteel zijn het de armsten, in het Zuiden zowel als in het Noorden, die de gevolgen betalen van de klimaatverandering, terwijl zij er geen schuld aan hebben. De klimaatvluchtelingen zijn er een voorbeeld van dat steeds zichtbaarder wordt. De klimaatverandering is vandaag een belangrijke factor van sociale ongelijkheid. Deze problemen worden zelfs niet vernoemd in het resolutieontwerp door de federale meerderheid. Maar dat hoeft niet te verbazen van een regering die systematisch de zwaksten aanpakt om de sterksten te beschermen.

Er is geen oplossing voor het klimaat als niet ook de ongelijkheid bestreden wordt

Dat is nochtans cruciaal. De industrielanden hebben zich vaak verborgen achter de landen van het Zuiden om hun gebrek aan actie te rechtvaardigen. Ook hier moeten we breken met de huidige logica. We moeten de echte verantwoordelijken voor de klimaatverandering durven te doen betalen. Zij moeten mee de middelen verschaffen aan de landen die historisch werden uitgebuit, zodat die hun lot in handen kunnen nemen. De strijd voor het milieu gaat dan ook hand in hand met de strijd van de sociale beweging: er is geen oplossing voor het klimaat als niet ook de ongelijkheid bestreden wordt. De twee bewegingen versterken elkaar, en alleen als ze samenwerken kunnen ze de strijd winnen.

Daartoe is een ambitieuze visie nodig op de klimaatfinanciering die de belangrijkste verantwoordelijken doet bijdragen. De financiering moet de aanpassing mogelijk maken aan de klimaatrisico's, maar ook de ontwikkeling van schone energie in de landen van het Zuiden. Dat is het principe van klimaatrechtvaardigheid. Dat wil zeggen dat België zich al op nationaal niveau concreet moet engageren voor een nieuwe en aanvullende klimaatfinanciering voor de periode 2015-2020 voor de openbare ontwikkelingshulp (want de meerderheid probeert de budgetten te recycleren door ze tweemaal te gebruiken ...) voor jaarlijks minstens 50 miljoen euro om progressief het globale objectief van 500 miljoen euro per jaar te bereiken. Deze financiering moet eveneens nieuw en aanvullend zijn bij de ontwikkelingshulp. Deze principes staan lijnrecht tegenover wat de federale regering verdedigt, en de concrete engagementen die ze weigert aan te gaan.

De PVDA verdedigt ook een essentiële maatregel in dit kader, namelijk de afschaffing van het intellectueel eigendomsrecht, de octrooien, om iedereen de mogelijkheid te bieden, te beginnen met de ontwikkelingslanden, te strijden tegen de klimaatverandering en de effecten ervan. Zo zijn er de recente voorbeelden van technologieën, ontwikkeld door chemiereus BASF om bepaalde zeer vervuilende types van broeikasgassen (stikstofoxide), op te vangen. BASF gebruikte de technologie pas na drie jaar, toen stikstofoxide werd toegevoegd aan het systeem van emissierechten. De technologie werd pas ingezet toen ze geld kon opbrengen.  Er moet een einde gesteld worden aan de privatisering van kennis en technologische vooruitgang zoals dat in het huidige systeem bestaat. De geavanceerde technologie moet kunnen verspreid en veralgemeend worden. De belangen van de volkeren gaan voor de privébelangen

Een geïntegreerde en globale visie

"De CO2- uitstoot stopt niet aan de taalgrens, er een communautaire strijd van maken is echt wel erg", sprak PVDA-volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw in het parlement op 27 oktober. De PVDA verdedigt een geïntegreerde visie die moet toelaten doelstellingen vast te leggen in de strijd tegen de opwarming van de aarde, zowel op internationaal, Europees, Belgisch als regionaal niveau. Er moet op alle niveaus worden gewerkt met een duidelijke oriëntatie, de bevoegdheden verdelen heeft geen enkele zin. We zien vandaag in België dat de vier bevoegde ministers er zelfs niet in slagen onderling tot een akkoord te komen. De N-VA, met de passieve medeplichtigheid van de MR, pleit er vandaag voor de bevoegdheden nog meer te regionaliseren. De PVDA daarentegen verdedigt de herfederalisering  van de bevoegdheden op Belgisch niveau en een echte eengemaakte actie op het Europees niveau. tegen de stroom in van wat op Belgisch beleidsniveau al jaren gangbaar is, pleiten Ecolo-Groen eveneens voor een nationaal klimaatplan in de zin van een gemeenschappelijke oriëntatie.

1 “Klimaatakkoord was al onvoldoende, nu blijft er gewoon niks meer van over”, 28 oktober, pvda.be
2 Commissiezitting over het klimaat, 10 november 2015

Vergelijkende synthesetabel.
(tabel gebaseerd op de teksten die werden ingediend bij het federaal parlement in het kader van het klimaatdebat en de COP21)
  N-VA/CD&V/Open Vld/MR1 PVDA2 sp.a/PS3 Groen/Ecolo* cdH*

Ambitieuze, concrete doelstellingen voor uitstootvermindering

neen ja ja ja ja

1,5°C maximale opwarming

neen ja ja ja neen

Bindende engagementen

neen ja ja ja ja

Ambitieuze financiering klimaatfonds

neen ja ja ja /

Ontwikkeling hernieuwbare energie

neen ja ja ja ja

Stoppen met marktmechanismen

neen ja neen neen neen

Energiesector in handen van overheid  

neen ja neen neen neen

Investeren in  openbaar vervoer

neen ja / neen neen

Rekening houden met historische verantwoordelijkheid industrielanden

neen ja ja ja neen

Kennis en technologie tegen klimaatopwarming vrij beschikbaar voor iedereen

neen ja neen neen neen

Tegen maatregelen die lasten bij werkende bevolking leggen

neen ja neen neen neen

Geen inmenging multinationals in klimaattop

neen ja neen neen neen

Herfederaliseren klimaatbevoegdheden

neen ja neen / neen

1 Hier te raadplegen: http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/1364/54K1364001.pdf
2 Hier te raadplegen: http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/1426/54K1426001.pdf
3 Hier te raadplegen: http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/1393/54K1393001.pdf
* Ecolo/Groen en cdH dienden geen resolutie in, maar enkel amendementen op de resolutie van de meerderheid. Dus geen volledige tekst om te vergelijken.

 

Red is the new green

Een fundamentele vraag in het klimaatdebat is natuurlijk: wat zijn de diepere oorzaken van de klimaatverandering? Dat moet ook het uitgangspunt zijn in elke discussie over oplossingen. Maar wat zien we vandaag gebeuren? Energietransitie, openbaar vervoer, energie-efficiëntie, delen van technologische kennis, uitstootvermindering … al die noodzakelijke elementen stuiten vandaag op de logica van de markt en de winst.

Wereldwijd zijn vandaag negentig producenten verantwoordelijk voor twee derde van de broeikasgasuitstoot. Vooral de grote oliemaatschappijen hebben boter op het hoofd. Het hele beleid berust op de goodwill van de privéaandeelhouders en dat staat een ernstige aanpak van het probleem in de weg, terwijl alle kennis om de zaak aan te pakken voorhanden is. Deze gang van zaken moet ter discussie worden gesteld. Het is zoals de Canadese onderzoeksjournaliste Naomi Klein zeer goed uitlegt in haar laatste boek No Time. Verander nu voor het klimaat alles verandert: het groene kapitalisme heeft gefaald, het kapitalisme is vandaag in oorlog met het klimaat. De huidige inzet voor het klimaat is de mogelijkheid om een alternatieve maatschappij op te bouwen.

Alle info over de klimaatcampagne van de PVDA vind je op www.redisthenewgreen.be

In samenwerking met: