De hervorming van het academiejaar is het paard van Troje voor elitaire maatregelen

Van de KU Leuven langs de VUB tot de UGent; overal wordt er gesproken over een hervorming van het academiejaar. "Zeven scenario's zullen binnenkort voorgelegd worden, maar al die scenario's delen dezelfde uitgangspunten: het academiejaar start vroeger, de eerste examenperiode valt voor de kerstvakantie, ook het tweede semester start vroeger en wie herexamens heeft zou die al in juni afleggen." aldus de nieuwe rector van de KU Leuven, Luc Sels in De Standaard.[1] De plannen zijn dus al behoorlijk concreet. Sels is ook niet van plan om er gras over te laten groeien. "Ik wil niet te veel tijd verspillen. Mouwen opstropen en aan de slag."[2] De interviews met de rector van de KU Leuven en andere actoren in de academische en politieke wereld maken duidelijk dat er grote hervormingen worden voorbereid. De hervorming van het academiejaar zou wel eens gebruikt kunnen worden als paard van Troje om een heleboel andere zaken door te voeren. "Dit is een breder pedagogisch project" aldus de rector.[3] In essentie is er met andere woorden een debat gaande over de toekomst van ons hoger onderwijs. Hoog tijd om dat debat open te trekken en weg te halen uit de achterkamertjes van onze universiteiten.

Permanente selectie of permanente begeleiding

Een sleutelbegrip in het verhaal van Sels is permanente evaluatie. Het is een concept dat door verschillende pedagogen naar voor wordt geschoven om de slaagkansen van kansarme studenten te verhogen. Het zou dan ook perfect kunnen passen in een progressief project met meer personeel, meer individuele begeleiding, meer interactie, enzoverder. Dat is misleidend want het is helemaal niet zo een project dat nu wordt voorgesteld, integendeel. De besparingen worden niet in vraag gesteld, er komt niet meer personeel en meer begeleiding. In plaats van de permanente begeleiding die nodig is, is het Sels er om te doen om de werklast voor de studenten te verhogen. Die zijn volgens hem vandaag vooral met te veel andere dingen dan studeren bezig. "Bovendien neemt het de schijn weg bij de studenten dat ze op het einde van het trimester toch nog drie weken tijd hebben om te blokken" aldus de rector in Het Nieuwsblad.[4] In feite gaat het om permanente selectie. Dat maakt deel uit van een strenge, elitaire visie op onderwijs waarin studenten zich constant moeten bewijzen. Men gaat in de richting van een permanente examenperiode met de ene na de andere deadline, test en taak. Wie niet kan volgen valt uit de boot. Denk maar aan wat de gevolgen van een permanente examensfeer zouden zijn voor de groeiende groep van studenten die moeten werken om hun studies te betalen.

Vak-idioten of sociaal engagement

Studenten nemen vandaag veel engagement op: in de kringen, in de studentenraad, in de studentenkrant, in de verschillende politieke studentenbewegingen, en ga zo maar door. Studenten krijgen de kans om deel te nemen aan een grote hoeveelheid leerrijke activiteiten die los staan van hun eigenlijke opleiding. Dat is goed, want het verbreed de blik op de wereld. Alle jongeren zouden tijdens hun studententijd de kans moeten krijgen om deel te nemen aan dit studentenleven, waar je leert samenwerken en organiseren, kritisch nadenken, waar je nieuwe mensen en ideeën ontmoet. Wanneer studenten steeds meer van deadline naar test moeten lopen, komt die rijkdom onder druk te staan. Op die manier leid je niet langer breed en kritisch gevormde burgers op maar een bende vak-idioten die weliswaar zeer goed zullen zijn in waar ze voor opgeleid zijn, maar verder van de wereld en het leven niets weten omdat ze geen tijd hebben gehad om het te ontdekken. Dat kan goed zijn voor de werkgever die hen zal aannemen, maar voor de ontwikkeling van de jongeren en de maatschappij in haar geheel lijkt dat toch redelijk nefast.

Gericht op het rendement of op de samenleving

Het is duidelijk niet de bedoeling om de hervorming te beperken tot een hertekening van het academiejaar. Sels brengt die hervorming in verband met begrippen als internationalisering, rationalisering en oriëntering. Internationalisering, dat klinkt natuurlijk behoorlijk progressief. Ook oriëntering is natuurlijk een slim gekozen term. Wie zich niet kan oriënteren verdwaalt. En wie wilt er nu irrationeel zijn. Maar achter deze mooie woorden gaat echter een elitair project schuil waarbij men internationale concurrentie tussen de universiteiten creëert, niet rendabele vakken wilt schrappen en enkel de beste studenten wil toelaten. “Als je als universiteit echt om je stad en je jongeren geeft, moet je de ambitie hebben om het Harvard aan de Schelde te zijn” vat Phillipe De Backer (open VLD) het liberale project samen.[5] “Momenteel bieden we als universiteit ook twaalfduizend vakken aan” aldus Sels. “Die willen we natuurlijk niet allemaal schrappen, maar we moeten wel bekijken of we bepaalde vakken niet tot grotere gehelen kunnen bundelen.”[4] Vakken bundelen klinkt minder erg dan vakken schrappen, maar uiteindelijk is het dus uiteindelijk wel de bedoeling om minder vakken aan te bieden. “Je kunt niet nodeloos blijven investeren in richtingen die geen return opleveren." zo vatte de decaan van de UGent het samen in De Morgen. In dit rendementsdenken telt echter niet de return van de opleiding voor de samenleving, wel de winst die er mee gemaakt kan worden. Maar dat ze niet ‘rendabel’ zijn, wil natuurlijk nog nog niet zeggen dat die vakken ‘waardeloos’ zijn. Ons hoger onderwijs zou gericht moeten zijn op de noden van de samenleving en die vallen niet noodzakelijk samen met die zaken die het hoogste rendement mee brengen. Uiteraard valt er met de richting Wijsbegeerte niet al te veel geld te verdienen maar het is in een maatschappij wel nuttig dat er mensen zijn die verder kunnen denken dan de waan van de dag en de samenleving ook kritisch in vraag kunnen stellen.

Onderwijs als recht of voorrecht

Niet enkel het aantal vakken, ook het aantal studenten moet naar beneden voor Sels. “Ik vrees dat die vraag op termijn ook bij ons gesteld moet worden: een hoger inschrijvingsgeld of een selectie aan de poort?” aldus Sels in Het Nieuwblad. “Ik heb geen probleem met een beperkte verhoging van het inschrijvingsgeld, zolang we tegelijk ook iets doen voor de beursstudenten.”[4] Zijn voorkeur gaat echter niet uit naar een verhoging van het inschrijvingsgeld, wel naar toelatingsproeven. “Ik merk dat we jaar na jaar meer instrumenten hebben, niet-bindende oriëntatieproeven, instaptesten,… Maar ik zie ik de slaagcijfers niet significant verbeteren. Daarom vraag ik me af of we niet nog meer moeten doen om studenten sneller op de juiste stoel te krijgen. (…) Een bindende toegangscontrole is daarbij voor mij zeker een optie, zolang iedereen telkens ook een tweede kans krijgt.”4 Phillipe De Backer sluit hier bij aan. In een interview met de veelzeggende titel “Wie gelijke kansen in onderwijs wil, moet durven selecteren.”[5] In zijn opinie met de titel “Maak de aula democratischer, weiger meer studenten” herhaalt Raf Geenens, professor aan de KU Leuven, de mantra nog eens. “Waarom durven we niet selecteren op capaciteiten?”[6]

Zowel Sels als De Backer proberen hun pleidooi voor doorgedreven selectie in een progressieve verpakking te steken door tegelijkertijd een pleidooi voor diversiteit te houden. De Backer stelt zelfs voor om via een scoutingsysteem in volkse buurten talenten te gaan ontdekken en selecteren. Hij maakt hierbij expliciet de vergelijking met hoe dit vandaag in het voetbal gebeurt. Maar deze visie staat natuurlijk haaks op het ideaal van een democratisch onderwijs. De mythe van de meritocratie waarop men zich baseert om jongeren naar hun juiste plaats proberen te leiden, is vooral interessant voor mensen die zelf aan de top staan. De grootste voorspeller voor slaagkansen in het onderwijs is vandaag je sociaal-economische achtergrond. Ook in de volkswijken hebben alle jongeren talenten, niet enkel de enkelingen die zouden worden uitgeselecteerd. Dat talent moet natuurlijk wel worden ontwikkeld door hun omgeving. Het ontwikkelen van talenten; dat is waar op moet worden ingezet, niet op het uitselecteren van enkelingen. In plaats van een diplomafabriek die selecteert op wie al op voorhand de capaciteiten heeft, zou men naar een emancipatorisch onderwijs kunnen gaan waarin iedereen ondersteund wordt om iedereen alle kansen te geven om zich te ontwikkelen. Onderwijs is namelijk een recht, geen voorrecht.

Waarom geen progressieve hervorming?

Alle zogenaamde hervormingen van de laatste jaren passen in dezelfde visie. Meer besparingen, meer privatisering, minder begeleiding, meer selectie, hogere inschrijvingsgelden, enzovoort. Zo duwt men stap voor stap een vermarkting en elitarisering van het hoger onderwijs door. In plaats van voor elke hervorming opnieuw in diezelfde richting te kijken, is het tijd om eens alternatieven te gaan bekijken. Onderwijs is geen individuele maar een sociale investering die de hele maatschappij ten goede komt. Het is bovendien een recht, geen voorrecht. Waarom niet eens werk maken van een écht progressieve hervorming. Natuurlijk valt er te praten over een hervorming van het academiejaar. Het is niet zo dat de huidige kalender heilig is. Maar zo een hervorming zou dan wel moeten passen in een totaal ander kader, waarbij men inzet op permanente begeleiding, ruimte laat voor sociaal engagement en streeft naar een democratische en emancipatorische universiteit. Om dat te realiseren, is een herfinanciering van het hoger onderwijs naar 2% van het BBP noodzakelijk, zoals dat in de jaren ’70 het geval was. Op deze manier zou men niet enkel ruimte hebben voor meer personeel, maar ook - waarom niet - het inschrijvingsgeld volledig kunnen afschaffen. Indien we het inschrijvingsgeld volledig zouden afschaffen, zou dat voor Vlaanderen jaarlijks ongeveer 250 miljoen euro kosten. Als AB Invev gewoon haar belastingen zou betalen aan het normale tarief, zou dat twee miljard euro opleveren. Wil je dat bedrag aan de aandeelhouders van AB Inbev geven of investeren in een democratisch onderwijssysteem? Het is zoals steeds een kwestie van politieke keuzes.

[1] De Standaard, 25 september, 2017

[2] idem

[3] idem

[4] Het Nieuwsblad, 23 september, 2015

[5] De Tijd, 28 september, 2017

[6] De Standaard, 26 september, 2017

In samenwerking met: