Bye bye Torfs

“Wat rechtvaardig is, weet ik niet precies, maar gelijkheid is het allerminst.” Rik Torfs, de man voor wie ongelijkheid een deugd is, is niet langer rector van de KU Leuven. Hij moest in de rectorsverkiezingen de duimen leggen voor Luc Sels en zal zijn positie als rector dus niet langer kunnen gebruiken om, te pas en te onpas, via alle mogelijke kanalen, vanuit zijn ivoren toren zijn elitaire visie op onderwijs en maatschappij te preken. En dat is een goede zaak, want aan een rector die voortdurend fulmineert tegen alles wat tegen zijn visie ingaat, hebben studenten en personeel geen nood.

Torfs werd hoogstwaarschijnlijk afgestraft voor zijn eigen arrogantie. Hij gebruikte positie als rector om zijn marktgerichte en elitaire wereldbeeld vol overgave te verkondigen op TV, in de krant en aan de universiteit. Tijdens het verzet van de Waalse regering tegen het vrijhandelsverdrag CETA, onder druk van breed verzet van onderuit, verklaarde hij vlakaf Donald Trump te verkiezen boven Paul Magnette. Toen de spoorbonden staakten om de afbraak van hun arbeidsvoorwaarden aan te klagen, vond hij het nodig om hen op televisie zonder enige zin voor nuance af te schilderen als “groepsegoïsten die geen respect hebben voor de hardwerkende studenten”. En om de democratisering van het hoger onderwijs een hak te zetten, schreef hij in de pers dat het er vooral op aankomt de “juiste persoonlijkheid” te hebben.

Over zijn talloze eigengereide mediaoptredens verklaarde hij in de Leuvense Campuskrant: “ik bagatelliseer de argumenten van de tegenpartij wel eens, ook al zijn die niet altijd volstrekt onzinnig”. Het illustreert goed Torfs’ ondemocratische houding dat hij met veel vertoon elke tegenstem belachelijk probeert te maken. Verschillende mensen aan de universiteit hadden tijdens de kiescampagne ook het gevoel onder druk te worden gezet om ‘juist’ te stemmen. Zoiets fnuikt natuurlijk elk fundamenteel debat over waar het met ons onderwijs naartoe moet. Een debat dat overigens niet te bespeuren was in de campagne. Ook Luc Sels liet immers al weten dat hij geen grote koerswijzing zou doorvoeren.

“De universiteit is niet voor iedereen”, vatte Torfs zijn visie op hoger onderwijs samen. In zijn samenleving heb je kleine groep intellectuelen die aan het hoofd van de samenleving staan en een grote groep handen. In plaats van meer investeringen in het hoger onderwijs en meer begeleiding voor studenten, moet er volgens Torfs vooral geselecteerd worden. Hij liet geen gelegenheid voorbij gaan om in alle mogelijke media te pleiten voor een toelatingsproef, in de eerste plaats voor wie niet uit het ASO komt. Hij negeert daarmee volledig dat jongeren uit de 10 procent rijkste milieus hebben bijna 90 procent kans om Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) te volgen. Bij jongeren uit de 10 procent armste milieus is dat slechts 10 procent. Zo’n enge selectie, in plaats van in te zetten op begeleiding en te investeren in – ook secundair – onderwijs, zou de ongelijkheid op basis van het inkomen van de ouders drastisch versterken. En België doet het al zo slecht in de Educational Equity Index van ongelijkheid in onderwijs op basis van sociaal-economische achtergrond.

“Ik ben geen voorstander van een betere wereld, vooral van een vrijere wereld”. Met nog zo’n platte boutade verdedigde Torfs ook het project LAW-TRAIN. In dat project werkt de KU Leuven samen de Israëlische politie, die zich volgens de Verenigde Naties schuldig maakt aan zware mensenrechtenschendingen. Desmond Tutu zei reeds dat “wie neutraal blijft in een situatie van onderdrukking de kant van de onderdrukker kiest. Als een olifant op een muis gaat staan zal de muis die neutraliteit niet appreciëren.” Torfs gaat nog een stap verder en verdedigt actief de vrijheid om te onderdrukken. 

Torfs gebruikte elke gelegenheid, die hij wegens zijn rectorschap aangeboden kreeg, om zijn persoonlijke mening te ventileren. Dat zal hij, rector af, zeker blijven doen, maar niet meer uit naam van de grootste universiteit van het land. Hopelijk komt er met Sels een rector die het niet nodig vindt om elke vorm van tegenspraak in het belachelijke te trekken. Maar voor de tegenstem in dat debat zullen de voorstanders van een kwaliteitsvol en toegankelijk onderwijs zelf moeten zorgen. Het is duidelijk dat het de studenten en het personeel zélf zijn die het op de agenda zullen moeten plaatsen. Want geen enkele stap in de democratisering van ons onderwijs is ooit gezet zonder collectief verzet van zij die eraan deelnemen.

In samenwerking met: