Abortus: een fundamenteel recht en een kwestie sociale rechtvaardigheid

De gelijkheid tussen man en vrouw lijkt voor sommigen vanzelfsprekend. Maar zoals iedere wet voor meer gelijkheid was ook de legalisatie van zwangerschapsbeëindiging het resultaat van een ware strijd die nog niet helemaal gestreden is. Om te beginnen is ze niet het resultaat van de ‘goede wil’ van de toenmalige regering: de sociale en feministische beweging heeft de overwinning afgedwongen. Boudewijn, de toenmalige koning, zat er zo mee in dat hij zich voor 36 uur ongeschikt liet verklaren om het land te regeren zodat de wet aangenomen kon worden.

Hoewel ze een echte vooruitgang betekent, legt deze wet toch voorwaarden op om beroep te kunnen doen op zwangerschapsbeëindiging: de patiënt moet goed geïnformeerd zijn over de mogelijke alternatieven (bv. adoptie); binnen de eerste 12 weken van de zwangerschap moet de arts de noodsituatie erkennen en de patiënt om een schriftelijke beslissing vragen; 6 dagen bedenktijd tussen de aanvraag en de ingreep zijn verplicht; en om ‘ethische redenen’ is geen enkele arts verplicht om de ingreep uit te voeren of zelfs maar door te verwijzen naar een collega. Die voorwaarden zijn veeleer beperkingen van morele en/of ideologische eerder dan van medische aard, aangezien ze van land tot land verschillen.

Waar staan we 27 jaar later?

Zwangerschapsbeëindiging is nog steeds opgenomen in het Strafwetboek nder “misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid”, dezelfde categorie als bigamie en verkrachting. Abortus wordt op wettelijk niveau dus nog steeds gezien als een misdaad en dus als moreel onaanvaardbaar. Voor ons is het onaanvaardbaar dat vrouwen die een zwangerschapsbeëindiging willen laten uitvoeren door de wetgeving nog steeds gezien worden als criminelen. Het is onaanvaardbaar dat een professor aan de UCL het zich veroorlooft om tijdens zijn lessen filosofie propaganda te voeren die vrouwen die abortus willen plegen als criminelen bestempelt: “als abortus moord is, is het dan niet erger dan verkrachting?” Het gaat gewoonweg om choquerende en onaanvaardbare uitspraken.

Het feit dat zwangerschapsonderbreking nog steeds in het Strafwetboek staat legitimeert de criminalisering van vrouwen die er willen beroep op doen. De Belgische wetgeving zou daarentegen het recht van vrouwen, om te beschikken over hun eigen lichaam zoals zij dat willen, moeten beschermen. Bovendien is dit een erg paternalistische boodschap aan de vrouwen: we hebben geen vertrouwen in hen en laten hen niet zelf beslissen over hun lichaam en hun moederschap, dus wij maken wetten om hen te leiden.

Comac verzet zich tegen iedere vorm van moralisering en criminalisering van abortus. Daarvoor is het nodig zwangerschapsbeëindiging helemaal uit het Strafwetboek te halen. Ook de voorwaarden die de toevlucht tot zwangerschapsbeëindiging omkaderen moeten aangepakt worden. Om te beginnen zou het niet nodig moeten zijn een situatie van nood of wanhoop in te roepen: wat de reden ook is, iedere vrouw heeft het recht tot abortus. Niemand doet het uit plezier of vindt het gemakkelijk. De mogelijkheid om terug te grijpen naar zwangerschapsbeëindiging zou overigens moeten gelden tot 20 weken, zoals dat in Nederland het geval is. Verder zou de bedenktijd moeten worden teruggeschroefd tot 24 uur, niets rechtvaardigt een langere wachttijd. Tot slot zou een arts die geen abortus wil uitvoeren verplicht moeten zijn de patiënt door te verwijzen naar een collega die het wel doet. Vandaag kunnen we concrete maatregelen nemen om zwangerschapsbeëindiging volledig uit het Strafwetboek te halen: het is een kwestie van politieke keuzes.

Rechten die voortdurend in vraag worden gesteld.

“Vergeet nooit dat een politieke, economische of religieuze crisis genoeg is om de vrouwenrechten in vraag te doen stellen. Die rechten zijn nooit verworven en jullie moeten jullie leven lang waakzaam blijven.” Dit citaat van Simone de Beauvoir (1908-1986) is vandaag de dag nog steeds waar. We leven sinds jaren in een economische crisis in België en Europa. Overal verarmen de bezuinigingsmaatregelen de werkende mensen, vrouwen nog het meest van al. Om verschillende redenen stellen rechtse politieke krachten het recht op abortus weer in vraag.

De eerste reden is de plaats van de vrouw op de arbeidsmarkt. In een context van stijgende werkloosheid (in Spanje gaat het om 43,5% van de jongeren!) is het nodig om arbeidsplaatsen vrij te maken om sociale onrust in te dijken. Als oplossing zouden vrouwen dan naar huis worden gestuurd. Volgende stelling werd in 2015 openlijk verdedigd door Europarlementariër Dominique Martin van het Franse Front National: “Laten we vrouwen naar huis sturen om meer arbeidsplaatsen vrij te maken voor mannen en om betere opvoeding te geven aan onze kinderen.”

De tweede reden is gelinkt aan de besparingen. Vrouwen binnenshuis houden zou de besparingsmaatregelen op openbare diensten motiveren: kinderdagverblijven, kraamklinieken en andere diensten zijn minder nodig omdat vrouwen er dan zelf voor kunnen instaan.

De derde reden is de kwetsbaarheid van de arbeidersklasse. Vrouwen met kinderen hebben geen andere keuze dan tijdelijk het werk te onderbreken. Dat heeft echter directe gevolgen voor hun carrière: ze verliezen ervaring, misschien zelfs hun werk en zijn kwetsbare spelers op de arbeidsmarkt. Dat kan dan rechtvaardigen dat zij hun arbeidskracht moeten verkopen aan een lagere prijs, waardoor een onderklasse van kwetsbare werknemers ontstaat die de arbeidsomstandigheden van iedereen naar beneden trekt.

Er steeds conservatieve, extreemrechtse en religieuze stromingen geweest die een machistische wereldvisie verdedigen waar de plaats van de vrouw aan de haard is. Die krijgen vandaag een duw in de rug in het kader van de economische crisis. De bourgeoisie valt de vrouwenrechten aan om de werkende mensen te verdelen, ze tegen elkaar op te zetten en ze te doen vergeten wie de voornaamste verantwoordelijken van de crisis zijn. Dat doen ze met een discours dat verdeelt tussen man en vrouw, eerder dan tussen kapitaal arbeid.

Economisch is het geen toeval dat de vrouwenrechten onder vuur liggen. Uit de actualiteit kunnen we tal van voorbeelden halen. In de VS heeft Donald Trump de financiering verboden van NGO’s die zich bezighouden met sensibiliseren over en het uitvoeren van abortus. In Polen had de rechtse regering voorgesteld abortus opnieuw strafbaar te maken. Dit voorstel veroorzaakte echter grote verontwaardiging en sociale en feministische organisaties brachten duizenden betogers op de been om dit voorstel te doen intrekken. In België was er een wetsvoorstel van N-VA en CD&V om automatisch een geboorteakte op te maken voor een doodgeboren kind vanaf 140 dagen (nu is dat 180) en een voorstel van Minister van Justitie Koen Geens rond de inschrijving en benaming van doodgeboren kinderen. Zo is er ook het verbod op de verdeling van de anticonceptiepil of van de morning-afterpil in centra voor gezinsplanning.

De strijd voor gelijkheid tussen man en vrouw en het recht op abortus

Comac stelt het systeem in vraag. Er bestaan wel degelijk alternatieven. We aanvaarden niet langer de visie op de maatschappij die werkende mensen tegen elkaar opzet en een deel van de bevolking met de vinger wijst als oorzaak van alle problemen van de samenleving (lage lonen, moeilijke arbeidsomstandigheden, enz.). We verwerpen de ondermijning van vrouwenrechten, we strijden voor gelijkheid met maatregelen zoals collectieve vermindering van de arbeidstijd, waardoor we niet alleen iedereen aan een job kunnen helpen maar ook de rijkdom kunnen herverdelen en de verdeling van seksen en genderrollen in deze samenleving tegengaan.

We zoeken ook naar een samenhang in de verdediging van de vrouwenrechten en van het recht op abortus. Het is hypocriet om het recht van de vrouw om te beslissen over haar eigen lichaam te verdedigen, maar haar anderzijds niet de middelen daarvoor te geven door te besparen op gezondheidszorg en openbare diensten. Als je weet dat 80% van de zwangerschapsbeëindigingen in centra voor gezinsplanning uitgevoerd worden, dan kunnen we ons niet inbeelden dat die de nodige efficiëntie kunnen garanderen en zulke ingrepen kunnen blijven uitvoeren in de beste medische en hygiënische omstandigheden, als hun financiële middelen steeds maar blijven dalen. De strijd voor vrouwenrechten is ook een strijd tegen ongelijkheid tussen man en vrouw en dus tegen alle maatregelen die zulke ongelijkheid vergroten..

Het is noodzakelijk om te breken met het besparingsbeleid. Daar zit ons verschil met de traditionele partijen, die besparingen doorvoeren en tegelijk doen alsof ze de vrouwenrechten verdedigen. Het is een breed debat dat het waard is gevoerd en gepolitiseerd te worden. De ongelijkheid tussen man en vrouw is een probleem van het systeem, een probleem dat versterkt wordt door politieke keuzes. Het recht van de vrouw om te beslissen over haar eigen lichaam zoals zij dat wil is niet iets waarover onderhandeld moet worden. We moeten de nodige maatregelen nemen om dat te realiseren. Het is een kwestie van sociale rechtvaardigheid en een middel om te strijden tegen het geweld tegenover vrouwen in onze samenleving.

 

In samenwerking met: